Hanneke
van Veen

Even voorstellen...

Meer weten over sparen?

Op basis van dit weblog verscheen een boek:
Het kan alleen maar beter worden & andere opbeurende verhalen
Via deze website te bestellen, zonder verzendkosten.
KLIK HIER

Archief 2006, week 34

24 augustus 2006

Goedmakertje

Gisteren had ik niet zon goed humeur. Het begon al vroeg in de ochtend en ik besloot er wat aan te doen. Niet bij de pakken neer te zitten, maar een grote kast schoon te maken en op te ruimen. Meestal helpt het, maar dit keer niet. Dan maar de deur uit: een stuk lopen, boodschappen doen, even bij iemand langs gaan. Ook daar vrolijkte ik niet echt van op, temeer daar ik een zeurende hoofdpijn voelde opkomen. Toch maar weer naar huis en aspirine slikken, dacht ik. Vlak voor de deur kreeg ik tot overmaat van ramp een enorme dreun op mijn hoofd. De tranen sprongen me in de ogen, en tot mijn verbazing hoorde ik van een aantal kanten hard gelach. Wat was er in hemelsnaam gebeurd?

De drie jongens die op het kruispunt stonden te voetballen had ik echt wel gezien. Ik was zelfs nog netjes voor ze uitgeweken en de langste jongen met de voetbal had zijn schop uitgesteld tot ik voorbij gefietst was. In zijn jeugdig enthousiasme had hij die grote leren bal even later zon loei verkocht dat hij precies midden op mijn al pijnlijke hoofd terechtkwam. Het moet een idioot gezicht geweest zijn en van de schrik of de zenuwen schoten de jongens in de lach. Voor mij was het helemaal niet leuk, want afgezien van de nu echt flinke pijn in mijn hoofd, was ik me rot geschrokken. Met mijn fiets aan de hand liep ik in de richting van de dader: Stommeling, kan je niet uitkijken? Misschien heb ik wel een hersenschudding en ik heb net een oogoperatie achter de rug!

De jongen kwam naar me toe en riep: Kan ik het ergens mee goedmaken? Wilt u misschien een lekker slaatje? Met kip of met rundvlees? Biedt liever je excuses aan, riep ik verontwaardigd. Ik hoef geen slaatje van je. Geef me liever je adres. De jongen gebaarde dat hij in de snackbar aan de overkant werkte en dat ik hem daar kon vinden. Met enige moeite lukte het hem daarna zijn excuses te maken en mij in plaats van het genereuze eerdere aanbod (waarschijnlijk op kosten van de baas) een glaasje water aan te bieden.

Thuis op de bank, voorzien van water en aspirine zakte de hoofdpijn al snel en ik heb aan dit vreemde voorval tot nu toe geen schadelijke gevolgen overgehouden. Er schoot me wel een verhaal te binnen van een Engelse jongen die zijn vader had verloren in ItaliŽ. Die man kreeg geen voetbal, maar een heel varken op zijn hoofd. Een balkon, waar hij net onderdoor liep, was afgebroken onder het enorme gewicht van het aldaar vetgemeste varken. Als de jongen de ware toedracht van zijn vaders dood vertelde was er bijna altijd dezelfde reactie: ingehouden gelach en geproest. Ook niet leuk, maar wel te begrijpen. En dat slaatje ga ik misschien nog eens ophalen.